|
ERRATA bij de zesde druk van deel 2
Op blz 38 ontbreekt bij zuid van spel 9 V.
Halverwege op blz 51 staat dat je naast drie hartenslagen zeker
A zult verliezen.
Dat moet natuurlijk A zijn.
In de zevende druk is dit uiteraard verbeterd.
Hoofdstuk 1 - Het spelen van SA-contracten
Bij SA-contracten ligt de nadruk op het vrijspelen van lange kleuren. Voor de tegenspelers begint dat vaak al
bij de uitkomst door te starten met een lange kleur. De leider begint snel aan zijn werkkleur. In het eerste
hoofdstuk van Begin met Bridge gaan we dieper in op de aanpak van SA-contracten door
de leider. Het maken van een speelplan staat voorop. Daarbij komen zaken aan de orde als hoe om te gaan met een
(soms kostbare) entree en waarom eerst een werkkleur moet worden vrijgespeeld.
Het hoofdstuk wordt afgesloten met een schematisch overzicht van de aanpak van een SA-contract.
Hoofdstuk 2 - De gevaarlijke tegenspeler
In het eerste hoofdstuk van dit deel van Begin met Bridge is het spelen van SA-contracten
besproken. Daarbij is gewezen op de noodzaak om risico's zoveel mogelijk te vermijden. In de praktijk komt dat meestal
neer op het uitschakelen van de gevaarlijke tegenspeler. In dit hoofdstuk nemen we daartoe drie technieken onder de loep:
"ophouden", "de juiste snit nemen" en "een extra stopper creëren.
Hoofdstuk 3 - Het spelen van troefcontracten
De simpele aanpak van troefcontracten is dat je snel de troeven van de tegenspelers onschadelijk maakt en vervolgens
op de werkkleur afgaat. In dit hoofdstuk zullen we daar enkele elementen aan worden toegevoegd. Zo wordt besproken
waarom je in een troefcontract je verliezers telt en niet uitsluitend de winnende slagen. Verder wordt uitgelegd
waarom de verliezers in de hand met de meeste troeven moeten worden geteld.
Als je eerst introevers moet maken of (ten einde bijvoorbeeld een entree te behouden) een kleur moet vrijspelen, moet
het troeftrekken dus worden uitgesteld.
Het hoofdstuk wordt afgesloten met een schematisch overzicht van de aanpak van een troefcontract.
De aanbevelingen zijn te downloaden.
Hoofdstuk 4 - Communicatie
Een vrijgespeelde kleur wil je benutten om slagen te maken. De hand met die kleur moet wel aan slag kunnen komen, er
moet een entree zijn. In dat geval is er communicatie tussen samenwerkende handen. In dit hoofdstuk wordt aandacht
besteed aan het in stand houden van de communicatie. Daarbij wordt aangegeven waarom je zuinig
moet zijn op een entree. Ook wordt uitgelegd waarom eerst de honneurs van de "korte kant" moeten worden gespeeld.
Als tegenspeler wil je het leider zo moeilijk mogelijk maken. Dan is het juist zaak de communicatie te verstoren,
bijvoorbeeld door een slag op te houden. Een andere manier om de communicatie te verbreken is het vroegtijdig
wegspelen van de entree.
Hoofdstuk 5 - Speelfiguren
Het onderwerp speelfiguren houdt in hoe je als leider moet omgaan met allerhande kaartcombinaties in één kleur. Het is
de bedoeling om daarmee zoveel mogelijk slagen te maken. In dit hoofdstuk laten we vooral zien wat dan de meest
kansrijke aanpak is. Daarbij komen zaken aan de orde die met het spelen van honneurs te maken hebben en hoe omgegaan
moet worden vorken.
Hoofdstuk 6 - Lage kleuren scoren slecht
Bridge is een puntenspel. Bij het bieden zullen we daarom rekening houden met de te verdienen punten. Dit heeft
consequenties voor het biedsysteem. Welke dat zijn is het thema van dit hoofdstuk in het tweede deel van
Begin met Bridge. Zo wordt uitgelegd waarom het eventueel mogelijk is 1SA te openen met
een vijfkaart laag en waarom het verstandig is lage kleuren pas te steunen, als een hoge kleur niet speelbaar
lijkt te zijn.
Hoofdstuk 7 - Het openingsbod van 1 in een kleur
Het eerste "echte" bod is vaak een opening van 1 in een kleur. In deel 1 hebben we afspraken gemaakt over dit type
opening. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de puntenrange en het openen met twee vijfkaarten. Er wordt uitgelegd
dat de bovengrens van de opening te maken heeft met het bereiken van een manche. In het onderdeel "goede en slechte
verdelingen" worden de consequenties voor het aantal te behalen slagen bekeken. Waarom met de hoogste van twee
vijfkaarten moet worden geopend wordt uitgelegd aan de hand van enkele sprekende voorbeelden.
Hoofdstuk 8 - Het uitgestelde limietbod
Als de bijbieder meteen de openingskleur steunt of een bod in SA doet, dan spreken we van een limietbod. Later in
het biedverloop kan zowel door de openaar als de bijbieder een limietbod worden gedaan. We spreken dan van een
"uitgesteld limietbod". Dat type bod is het thema van dit hoofdstuk. Verder wordt uiteraard ingegaan op het al
dan niet forcing zijn van een bod, terwijl ook wordt uitgelegd waarom een hoge kleur niet moet worden overgeslagen.
Samenvatting van hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 9 - De herbieding van de openaar
In hoofdstuk 8 zijn herbiedingen van de openaar besproken. Daarbij ging het om het aangeven van gelimiteerde handen.
In dit hoofdstuk breiden we de theorie uit met nog een aantal herbiedingen en gaan we in op het al dan niet forcing
karakter van die biedingen. Aan de orde komt dat het herhalen van de openingskleur door de openaar een zeskaart
belooft. Tevens wordt aandacht besteed aan het reverse bieden en het bieden van de tweede kleur met sprong.
Hoofdstuk 10 - De herbieding van de bijbieder
De eerste biedronde bestaat bij het ongestoorde bieden uit de opening en het bijbod. De herbieding van de openaar en
van de bijbieder vormen de tweede biedronde. In dit hoofdstuk nemen we dat laatste bod onder de loep. Zo wordt
uitgelegd waarom een nieuwe kleur van de bijbieder forcing is en komt de vierde kleur-conventie aan de orde.
Na 1-over-1 en dan een bod op 1-niveau wordt in de PowerPoint, zoals gebruikt in de cursus bij deel 2, een overzichtelijk schema gepresenteerd. En evenzo voor
een bod op 2-niveau na 1-over-1. Deze twee schema's zijn in een document samengevat:
Hoofdstuk 11 - Semi-forcing handen
Voor zeer sterke handen gebruiken we de 2-opening. Deze conventionele opening toont een hand waarmee je de manche
in handen hebt, maar zegt niets over je kaartverdeling. Partner mag niet passen onder de manche. In dit hoofdstuk
bekijken we openingen die slechts een weinig zwakker zijn.
Hoofdstuk 12 - Slembiedingen
Het bieden en maken van een deelscore komt vaak voor. En als de manche maakbaar lijkt, dan willen we die niet missen.
Maar het mooiste is toch wel het bieden en realiseren van 12 of 13 slagen. Slems zijn voor bridgers de slagroom op
de taart! Besproken wordt dat lange kleuren een slagenbron kunnen zijn en dat korte kleuren in een troefcontract
waardevol kunnen zijn. Uiteraard is er in dit hoofdstuk aandacht voor het "azen vragen" met behulp van de
Blackwood-conventie.
Hoofdstuk 13 - Tegenbieden
Als de tegenpartij opent, dan hoef je niet altijd te passen. Zo hebben we in deel 1 gezien wanneer een informatiedoublet
of een volgbod geoorloofd is. Dit zijn vormen van tegenbieden. In dit hoofdstuk herhalen we de afspraken uit deel 1 en
bespreken daarna enkele andere vormen van tegenbieden. Het hoofdstuk eindigt met een schematisch overzicht van de
diverse mogelijkheden bij het tegenbieden.
Hoofdstuk 14 - Tegenspelen
Statistisch gezien ben je per vier spellen één keer leider, één keer dummy en twee keer tegenspeler. Je
tegenspelcapaciteiten worden dus twee keer zo vaak op de proef gesteld als je behendigheid in het afspelen.
Hoog tijd dus om weer eens wat aandacht aan het tegenspelen te schenken.
Hoofdstuk 15 - Uitkomen
Het vinden van de beste uitkomst is één van de moeilijkste kwesties bij het bridgen. In deel 1 hebben we ons beperkt
tot standaarduitkomsten. Na een korte herhaling daarvan richten we ons in dit hoofdstuk
Begin met Bridge op de keuze van de kleur en de verschillen tussen SA-contracten en
troefcontracten. Uitgebreid komt dus aan de orde hoe je moet uitkomen en ook vooral hoe niet,
Hoofdstuk 16 - Signaleren
Met de uitkomstkaart kun je enigszins duidelijk maken wat je in die kleur bezit. Ook een speler die moet bijspelen
kan via de bijgespeelde kaart iets duidelijk maken over zijn kaarten. Als dit gebeurt, dan spreken we van signaleren.
In dit hoofdstuk bespreken we het aan- en afsignaleren.
Hoofdstuk 17 - De derde hand
Tot de meest bekende bridgewijsheden behoort het gezegde "derde man doet wat hij kan". Vooral beginners passen dit
uiterst consequent toe. Voor de wat meer gevorderde spelers voorzien we nu in deel 2 van
Begin met Bridge het bijspelen van de derde man van de nodige kanttekeningen.
Hoofdstuk 18 - De tweede hand
In het vorige hoofdstuk is beschreven dat "derde man doet wat hij kan" niet klakkeloos moet worden toegepast.
Nu stellen we een andere wijsheid ter discussie. In dit hoofdstuk moet "tweede hand laag" er aan geloven.
Hoofdstuk 19 - Honneur op honneur
Honneur op honneur wil zeggen dat een voorgespeelde honneur door een tegenspeler wordt "gedekt" door het bijspelen
van een hogere honneur. In dit hoofdstuk bekijken we in welke situaties dit verstandig is.
Hoofdstuk 20 - Vijfkaart hoog
In Verder met Bridge is het eerste hoofdstuk vrijwel gelijk aan dit hoofdstuk 20.
In de eerste twee delen van Begin met Bridge is het openingsbod van 1 in een kleur besproken.
Dit hoofdstuk beginnen we met een samenvatting van die afspraken. Vervolgens gaan we andere mogelijkheden verkennen.
De belangrijkste mogelijkheid is het openen met een vijfkaart hoog en de consequenties die dat heeft voor het verdere bieden.
Daarmee wordt de iets gevorderde cursist voorbereid op het spelen in een club. Zij kunnen dan tegenstanders ontmoeten die openen
met een vijfkaart hoog en weten dan hoe dat werkt.
Hoofdstuk 21 - Viertallen
In deel 1 van Begin met Bridge is beschreven wat er speelt in parenwedstrijden, één van de
vormen van wedstrijdbridge. Een andere wedstrijdvorm die op alle niveau's wordt beoefend is viertallenbridge.
Hoe dat in zijn werk gaat laten we in het laatste hoofdstuk zien.
Biedoverzicht
Aan het einde van deel 1 zijn alle biedafspraken in een overzichtelijk schema samengevat. Ook in deel 2 zijn in
een enkele hoofdstukken biedafspraken besproken. Deze afspraken zijn steeds in
overzichtelijke schema's weergegeven. Aan het einde van deel 2 worden deze schema's toegevoegd aan het schema van
deel 1, zodat wederom één overzichtelijke schema wordt gepresenteerd. Een schema dat beginners bij zich op tafel
kunnen leggen, als zij hun oefenspellen spelen.
|