|
Beginnen
Als je van plan bent om met bridge te beginnen, willen we je iets meer vertellen over de opbouw en de inhoud van de serie
Begin met Bridge. Maar natuurlijk willen ook aangeven op welke manier ook jij met behulp van
deze serie, en voor de "echte" beginner in eerste instantie deel 1, een bridger kunt worden.
Het eerste advies is om de boeken, in ieder geval deel 1, gewoon van voren naar achteren door te werken. Wie
lukraak door het boek springt ontgaat de logische opbouw en zal regelmatig in de problemen komen door een gebrek aan
kennis. Het tweede advies is om per keer maximaal één hoofdstuk door te nemen. We maken daarbij een uitzondering voor
lezers met veel kaartervaring, zij kunnen wel wat vlotter door de eerste hoofdstukken van deel 1. Het derde wat schoolse
advies is om toch echt iedere keer na te gaan of de lesstof begrepen is. Voor dat doel is aan het eind van ieder speel- en
biedhoofdstuk een "test je kennis" opgenomen.
Tijdens de cursus speel je de nodige oefenspellen. Maar we raden je aan ook vooral thuis te oefenen. Onderaan deze pagina
vind je meer daarover.
Deel 1
De eerste zes hoofdstukken van deel 1 zijn geheel gewijd aan het spelen. In het eerste hoofdstuk krijg je meteen al een
simpele methode aangereikt om het spelen te kunnen oefenen. Pas als je enige speelervaring hebt opgedaan heeft het zin
aandacht te besteden aan het bieden.
Vanaf hoofdstuk 7 ga je bieden. Het bieden is een proces dat voorafgaat aan het spelen. In de eerste biedhoofdstukken gaat
het er nog rustig aan toe omdat maar twee van de vier spelers wat te bieden hebben. Later bemoeien ook de twee andere
spelers zich met de bieding.
Hoofdstuk 17 van deel 1 is voor de beginnende bridger vrij lastig. Dat biedhoofdstuk kan te hoog gegrepen zijn vanwege de
"rare" principes zoals een kunstmatige opening en een (kunstmatig) vraagbod. Dit hoofdstuk kan eventueel voorlopig worden
overslagen zonder echt in de problemen te komen. De leergierige bridger kan hier al wel kennismaken met wat er zoal naast
de meer natuurlijke biedingen mogelijk is. Een opstapje dus naar de vervolgdelen van
Begin met Bridge.
De hoofdstukken 19 en 20 zijn gericht op wedstrijdbridge. We laten zien hoe scores berekend worden en hoe het er bij
parenwedstrijden aan toe gaat. We raden je echter af om met slechts de kennis van dit boek aan serieuze parenwedstrijden
deel te nemen. Niet alleen het niveau maar vooral het tempo ligt daar meestal veel hoger dan je als beginnend bridger
gewend bent.
De vele handige biedschema's in dit boek vallen na hoofdstuk 20 samen in een allesomvattend schema. Dit schema wordt
inmiddels door vele bridgers als permanent geheugensteuntje gekoesterd. Gebruik het ook, maar streef er wel naar je die
kennis zo snel mogelijk eigen te maken!
Van start
Wij hopen dat het voorgaande inspireert niet alleen met bridge te beginnen, maar vooral ook bij dat begin gebruik te
maken van de serie Begin met Bridge. Maar ook als je begonnen bent en een cursus hebt gevolgd
kan deel 1 goed bijdragen tot het helderder krijgen van de regels, de biedafspraken en de afspeelmogelijkheden.
Ben je al een wat meer geoefende bridger, kijk dan ook eens naar de inhoud van de delen 2 en 3.
Thuis oefenen
Na de behandeling van hoofdstuk 1 van het eerste deel van Begin met Bridge
ben je vertrouwd met enkele begrippen. Je kent de kleuren en de rangorde van de
kaarten en een van de belangrijkste regels uit het bridgespel: "bekennen moet". Ook heb je geleerd wat een slag is
en hoe je vaststelt wie de slag gewonnen heeft. Het maken van slagen is eerst solo geoefend en vervolgens zijn de
paren gaan samenspelen. Tenslotte is er al heel natuurgetrouw gespeeld, namelijk met een leider en een dummy.
In feite is nu de basis voor het spelen van bridge gelegd.
In werkelijkheid gaat het bieden vooraf aan het spelen. Daarbij wordt ondermeer bepaald wie de leider is.
Automatisch is dan ook bekend wie als dummy fungeert en wie mag uitkomen. Het leren van de procedure en de regels
bij het bieden komen vanaf hoofdstuk 7 aan de orde. Zo lang moet je niet wachten met het oefenen.
Om een behoorlijke bridger te kunnen worden zul je veel speelervaring moeten opdoen.
Daarom is in hoofdstuk 1 van Begin met Bridge
een hulpmiddel geïntroduceerd om nu al een leider te kunnen vaststellen. Ga daar zo snel mogelijk mee aan de slag.
Je krijgt dan meteen ook routine in het in het tellen van de honneurpunten, een handigheid die je later bij het
bieden goed van pas komt.
We adviseren om groepjes van vier te gaan vormen. Probeer met je groep één of twee keer per week te oefenen.
Speel in een rustig tempo en laat je niet opjagen. Je zult zien dat het bridgen dan niet alleen maar inspanning is,
maar dat ontspanning en gezelligheid er ook heel goed mee kunnen samengaan. Gebruik voor het bepalen van de leider
en de dummy het hulpmiddel van de honneurpunten. Controleer bij ieder spel wel even of het totaal van de punten
wel precies 40 bedraagt. Je kunt deze manier van oefenen nog geruime tijd voortzetten.
Daarnaast krijg je op deze site vanaf hoofdstuk 2 ook specifieke oefenspellen aangeboden.
|