|
Hoofdstuk 9 - De herbieding van de openaar
Correctie blz 68 onderaan: 'nieuwe' moet zijn 'lagere'. De tekst in het kader luidt dus: Zwakke herbieding openaar in een
lagere kleur: 12-17 punten.
De tweede biedronde van de openaar geeft de nodige informatie. De openaar kan zijn eerste kleur herhalen, de kleur van de
de bijbieder steunen, een nieuwe kleur bieden, al dan niet reverse, SA bieden en dan ook nog bestaat de mogelijkheid met een
sprong te bieden. Er zijn dus nogal wat mogelijkheden.
1. a) wat is de puntenrange en b) is het bod forcing
2. Forcing en niet forcing in het algemeen
3. Herbieding openaar in nieuwe kleur na 1-over-1
4. Uitzonderingen op de algemene regels over (niet) forcing na 1-over-1
|
De hierboven genoemde vier zaken zijn verder in een document uitgewerkt.
|
|
Ook kan een in een tabel weergegeven samenvatting van de herbieding van de openaar worden gedownload.
|
|
Twaalf biedoefeningen
Zie voor toelichting en eventueel gebruik van tablet of laptop bij
|
|
Hieronder de antwoorden op de vragen van hoofdstuk 9. Vraag 1
Bij geen van de gegeven biedverlopen steunt de openaar de kleur van de bijbieder.
Bij biedverloop a) herbiedt de openaar zijn kleur. Dat duidt op een zeskaart en is niet forcing. Bij b) en f) is er geen
tweede kleur en biedt de openaar SA, respectievelijk met 12-14 en 18-19 punten. De openaar heeft een SA-verdeling en zou met
15-17 punten het openingsbod van 1SA hebben gedaan.
Bij de biedverlopen c) en e) geeft het tweede bod in een lagere kleur een 5-4 verdeling aan. Met sprong (forcing) 18-19 punten en
zonder sprong 12-17 punten.
Biedverloop d) is een voorbeeld van reverse bieden. Oost heeft geen vierkaart schoppen aangegeven, maar west biedt toch
schoppen. Hij geeft dan in ieder geval naast de vierkaart schoppen een vijfkaart harten aan en 16-19 punten.
Vraag 2
West kijkt eerst of hij steun in harten heeft, de kleur van de bijbieder. Dat is alleen het geval bij hand f). Met 18 punten
kan hij direct 4 bieden. Bij hand e) heeft de openaar nog de
mogelijkheid met
1 zijn vierkaart schoppen te tonen.
Bij de andere handen kan hij ofwel zijn zeskaart klaveren herbieden of SA bieden. Bij de handen b) en c) zijn er
voldoende punten voor
een sprongbod van respectievelijk 3 en 2SA. Zie ook weer hier dat het
2SA-bod 18-19 punten aangeeft, want anders had west met 1SA (15-17) of 2SA (20-22) geopend.
Vraag 3
In het gegeven biedverloop heeft de bijbieder een vierkaart schoppen ontkend. Met
2 geeft hij tevens aan over minstens 10 punten te beschikken.
De handen hebben een 5-4 verdeling. Bij a) en b) geeft de openaar dat met
2 aan. Bij hand b) zou met een sprong geboden
moeten worden om de kracht van de hand aan te geven. Op die wijze forcing te bieden is echter niet nodig, omdat een nieuwe
kleur op 2-niveau toch al forcing is. Oost weet dan weliswaar nog niet dat west over een dergelijke krachtige hand beschikt,
maar dat merkt hij later in het biedverloop wel. Het is veel belangrijker op een laag niveau informatie over de kleuren en
de verdeling uit te wisselen. Eerst moet immers de speelsoort worden gevonden. Bij hand c) is het
2 -bod een bod in een overgeslagen kleur. Dit reverse bod toont 5-4 in
/ en 16-19 punten.
In de 7e druk heeft hand c) geen vierkaart schoppen. Bij die hand geeft de sprong naar 3SA 18-19 punten aan.
De antwoorden van hoofdstuk 9 zijn ook te downloaden. Klik hier:
Terug naar het overzicht van de hoofdstukken van
|